- Home
  - Jaarverslag
      - Jaarverslag 2007
      - Jaarverslag 2006
      - Jaarverslag 2005
      - Jaarverslag 2004
      - Jaarverslag 2003
  - Historie
  - Bewoners
  - Foto's
  - Contact
  - Wordt donateur

  - Huwelijksceremonies
  - Vergaderingen

Jaarverslag 2003


Evenals voorgaande jaren wil het bestuur van de stichting u hiermee op de hoogte brengen van onze activiteiten in het jaar 2003.

1. Als vervolg op onze brief aan de fracties van de politieke partijen in de Gemeenteraad, voerden leden van ons bestuur in de eerste maanden van 2003 gesprekken met fractieleden van die partijen die hiertoe de wens te kennen hadden gegeven, te weten Groen Links, Velsen Lokaal, de Partij van de Arbeid en de VVD. Alleen het CDA en D66 reageerden niet op onze brief. Deze gesprekken boden gelegenheid om nadere informatie over de stichting en onze activiteiten te verstrekken. Het waren wederzijds instructieve uitwisselingen van informatie.

2. Op 14 januari 2003 diende voor de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State de zaak van de heer en mevrouw de Bie-Bon versus de Gemeente Velsen over de door de Gemeente geweigerde bouwvergunning voor de zonder vergunning reeds in 2000 geplaatste berging/paardenschuilhut op perceel Rijksweg 108. De belangen van de stichting werden mede behartigd door de advocaat van derde-partijen. De stichting was in de gelegenheid ter zitting ook zelf het woord te voeren. Bij uitspraak van 22 april 2003 werd de Gemeente Velsen in het gelijk gesteld. In vervolg hierop werden per brief van 26 mei de heer en mevrouw de Bie-Bon door de Gemeente op de hoogte gesteld van de door de Gemeente verlangde actie, te weten de verwijdering van de geplaatste berging/schuilhut.
R 3. Uitblijvende reacties van de Milieudienst op onze in de loop van het tweede halfjaar van 2002 geschreven brieven, leidden in mei 2003 tenslotte tot een schrijven van ons aan B&W van Velsen. Hierin werd deze nalatigheid aan de orde gesteld en werden B&W geïnformeerd over ons voornemen de Nationale Ombudsman in te schakelen. Deze brief leidde tot een gesprek op 19 juni waaraan, naast enkele van onze bestuursleden, de wethouder mevrouw Korf, een vertegenwoordiger van de Milieudienst en een ambtenaar van de Gemeente deelnamen. In dit gesprek kon de zaak bevredigend worden doorgesproken, waardoor inschakeling van de Ombudsman niet nodig werd geoordeeld. Bij brief van 18 juli ontvingen wij in afschrift een door B&W op advies van de Milieudienst genomen beslissing waarin bepaald werd dat op het landgoed Waterland niet meer dan 6 paarden mogen worden gehouden en dan nog uitsluitend hobbymatig. Met deze beslissing werden plannen om op Waterland een stoeterij te vestigen, gepaard met daarvoor nodige voorzieningen, onmogelijk gemaakt. Controle op- en handhaving van deze beperking door de Gemeente blijft uiteraard noodzakelijk.

4. Het in februari 2002 zonder vergunning geplaatste hekwerk op perceel Rijksweg 108 achter de erfafscheiding tussen particuliere tuinen en dit perceel, is ondanks verschillende procedures, nog steeds aanwezig. De eigenaar vroeg, daarvoor door de Gemeente in de gelegenheid gesteld, in april 2002 alsnog een gecombineerde monumenten- en bouwvergunning aan, waartegen door omwonenden alsook door de stichting bezwaar werd aangetekend. De Gemeente verleende de monumentenvergunning maar door procedurele fouten moest de procedure uitgebreid en herhaald worden. Toen dit tot een herhaling leidde van de vergunningverlening bracht één der omwonenden de zaak voor de bestuursrechter. Deze stelde de Gemeente in het gelijk, doch erkende, in tegenstelling tot de Gemeente, dat omwonenden wel degelijk als belanghebbende partij moesten worden gezien. Een vaststelling die van belang kan zijn bij het verder verloop op de aanvraag voor de bouwvergunning.

5. In juni 2003 richtte de stichting een brief aan de Raad der Gemeente met als onderwerp het tekortschietende handhavingsbeleid met betrekking tot Waterland. Op dat moment was ook door de heer en mevrouw de Bie-Bon nog geen actie ondernomen op de verlangde verwijdering van de berging/schuilhut. Kort nadien werd door ons een dergelijke brief aan B&W gericht. De brief aan de Raad werd in de raadszitting van 9 september besproken en door de Raad doorverwezen naar de Commissie Ruimte en Samenleving. Daar werd hij op 19 oktober behandeld. De stichting kon daarbij inspreken, hetgeen gebeurde bij monde van de voorzitter.

6. Eind 2003 werd door B&W bestuursdwang opgelegd aan de heer en mevrouw de Bie-Bon, tot het verwijderen en verwijderd houden van de berging/paardenschuilhut binnen 6 weken. Deze termijn loopt af per 26 januari 2004.

Al met al is de stichting tevreden over datgene wat in het afgelopen jaar bereikt is. Wel staan er nog enkele punten open waarover kontakt met de Gemeente gezocht zal worden. Vastgesteld kan inmiddels worden dat het handhavingsbeleid van de Gemeente geïntensiveerd is, hetgeen wij uiteraard toejuichen.
De stichting meent, als beleidslijn voor de komende jaren, de belangen van Waterland zoals in onze doelstelling verwoord, het beste te behartigen door het draagvlak voor bescherming en behoud van cultuurhistorische waarden te verbreden. Dit willen wij bereiken door bij wet- en regelgevende instanties bijzondere aandacht te vragen voor het gehele cluster van 6 aaneengesloten buitenplaatsen en landgoederen waarvan Waterland er één is. Het betreft, naast Waterland, Beeckestijn, Hoogergeest, Velserbeek, Lievendaal en Schonenberg. Samen beslaan deze zes zo'n 175 hectare aaneengesloten natuur- en cultuurhistorie. Een uniek "bezit" binnen onze Gemeente en van grote waarde voor de burgerij, voor de kwaliteit van leven in deze regio, voor het historisch besef van jong en oud en last but not least, voor het toerisme.

Namens het bestuur,

A. van Oosterom, secretaris


Realisatie: Bohnenn Webdesign Haarlem